Wat niet in aanmerking komt

Op grond van het Uitkeringsreglement wordt geen uitkering verstrekt ter dekking van tekorten of schulden uit het verleden. Een organisatie of instelling kan dan ook niet voor het tekort op zijn totale resultatenrekening een subsidie aanvragen.

Bovendien wordt er geen uitkering verleend ter vervanging van normale inkomsten van een aanvrager, behalve als er buiten de verantwoordelijkheid van de aanvrager sprake is van uitblijven van reguliere inkomsten.

Voorbeeld: u kunt als vereniging geen uitkering ontvangen met het doel de contributie van de leden te verlagen.

Als de activiteiten van een aanvraag intern gericht zijn en in eerste instantie alleen de organisatie van aanvrager bereiken en niet de doelgroep waarvoor de Maror-gelden bedoeld zijn – de Nederlands-Joodse gemeenschap – betekent dit in feite dat met de aanvraag wordt beoogd de organisatie van aanvrager financieel te ondersteunen c.q. in stand te houden. Een dergelijke aanvraag wordt niet beschouwd als een activiteit in de zin van het Uitkeringsreglement.
Voorbeelden van dergelijke activiteiten:

  • onderzoek ten aanzien van de eigen organisatie, bijvoorbeeld inzake het te voeren beleid;
  • kwaliteitsbewaking eigen bestuur (uitzondering: jongerenorganisaties);
  • (interne) reorganisatie;
  • automatisering van de organisatie t.b.v. uitvoering reguliere werkzaamheden door werknemers;
  • vernieuwen van de kantoorinventaris;
  • leden- en fondsenwerving;
  • huur en andere vaste lasten.

Twee maal subsidie aanvragen voor één activiteit is niet toegestaan. Als u samen met een andere organisatie een activiteit uitvoert dient u onderling af te stemmen (ervan uitgaande dat u beide belanghebbende bent) wie de subsidie aanvraagt. Eén van de organisaties dient de subsidie aan te vragen en over de hele activiteit af te rekenen. Dit geldt ook als u meewerkt aan een activiteit van een ander of een ander aan een activiteit van u. Om overlap in financiering te voorkomen en een transparant verloop te waarborgen is het verstandig met de andere partij te bespreken of die ook met Maror-subsidie werkt. Is dat het geval dan is samenwerking voor deze activiteit vanuit het oogpunt van Maror ongewenst. (Zie ook ‘Activiteit ondersteunen’ op de pagina Wat komt in aanmerking.)

Voorbeeld: een Joodse gemeente heeft een cultureel jaarprogramma waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Een muziekensemble krijgt subsidie voor diverse optredens. Als het muziekensemble optreedt bij de Joodse gemeente ontstaat een ongewenste vermenging en overlap in financiering.

Het belang en de betekenis van monumenten (o.a. ter herinnering aan de Sjoa) staan voor het bestuur buiten kijf, echter de keuzes van het bestuur worden ingekaderd door de beschikbare middelen en door wat is beschreven in het Uitkeringsreglement en het Beleidsplan. Ten aanzien van de sector Herinnering onderstreept het Beleidsplan het belang van het in stand houden van een centraal Joods herdenkingsmonument en het ondersteunen van al bestaande monumenten. Aangezien het budget van de sector zeer beperkt is betekent dit in de praktijk dat aanvragen voor nieuwe monumenten op lokaal niveau zonder landelijke doelstelling in het algemeen niet worden gehonoreerd. 

Voorbeeld: Stolpersteine (struikelstenen) vormen een monument op lokaal niveau.

Er wordt geen subsidie verstrekt voor investeringen als uit (de context van) de aanvraag de daadwerkelijke toepassing van die investering niet komt vast te staan. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat een beamer een acceptabele investering kan zijn voor een geplande activiteit of voor een onderwijsinstituut, namelijk als er in deze gevallen zekerheid is over het gebruik en over het bereiken van de doelgroep. Maar een dergelijke aanschaf op zich kan worden afgewezen als het onduidelijk is voor het bestuur in hoeverre de investering toegepast zal worden.

Activiteiten die zich afspelen in de privésfeer (zoals bijvoorbeeld sjabbatmaaltijden) komen niet in aanmerking voor subsidie.

Ook mogen uitkeringen uit de Maror-gelden niet in de plaats komen van bestaande subsidiemogelijkheden/subsidies. Dit betekent onder andere dat voorzieningen die door de overheid of andere partijen dienen te worden vergoed, in principe niet worden gesubsidieerd. 

Het bestuur is van mening dat de overheid primair verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn burgers. Maror draagt in principe niet bij aan beveiliging. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan daarvan afgeweken worden. En dan nog zal het om een kleine bijdrage gaan. Voor alle beveiligingszaken, ongeacht aard en omvang, dient u derhalve met alle ter beschikking staande middelen aanspraak te maken op overheidssubsidie. Als dit niet lukt en uw aanvraag wordt door de overheid afgewezen, kunt u zich tot Maror wenden. Bij een eventuele aanvraag moet u de relevante correspondentie met de overheid (aanvraag en afwijzing) ter beschikking stellen. Het bestuur is gezien de herkomst van de Maror-gelden zeer terughoudend in de besteding daarvan aan beveiliging.

Wat niet altijd in aanmerking komt voor subsidie

Het bestuur is van mening dat de Maror-gelden vanuit hun aard voornamelijk zijn bestemd voor de opbouw van voorzieningen en voor tijdelijke kosten die daarmee samenhangen. Voedingskosten en toegerekende kosten (zoals  huisvesting, telefoonkosten, kantoorkosten etc.) worden dan ook kritisch bekeken. Het bestuur vindt voedingskosten acceptabel als het gaat om een gangbaar onderdeel bij een activiteit (je komt niet bij elkaar om te eten, maar je eet omdat je vanwege de activiteit nogal wat tijd bij elkaar bent) én het niet de boventoon voert op de begroting.

Voorbeelden: voedingskosten bij een machanee of een bijeenkomst met koffie en koek of een broodje.

In andere gevallen vindt het bestuur dat voedingskosten over het algemeen door de gebruikers zelf moeten worden betaald. Er zijn evenwel (beperkte) uitzonderingen mogelijk zoals voor activiteiten waarbij het onderdeel maaltijden in het kader van de religieuze beleving van die activiteit gangbaar en geaccepteerd is. Maar ook dan zal er maximaal een bijdrage van 50 procent aan de maaltijdkosten kunnen plaatsvinden.
Telefoonkosten kunnen (voor zover nodig) voor maximaal € 100 per activiteit worden begroot. Bij de beoordeling van begrotingsposten die samenhangen met voedingskosten en toegerekende kosten wordt ook meegenomen wat deelnemers bijdragen en in hoeverre er dekking aanwezig is voor deze kosten.  

Snel een besluit en daarna starten

Subsidie aanvragen kan het hele jaar door. U moet wel eerst autorisatie aanvragen voor uw organisatie. Zodra u na een subsidieaanvraag het besluit hebt ontvangen – uiterlijk drie maanden na aanvraag – kunt u beginnen met de uitvoering van en uitgaven voor de activiteit. Houdt u er rekening mee dat activiteiten waarvoor u al kosten moet maken binnen 3 maanden na indiening van uw aanvraag (of misschien zelfs al eerder) niet in aanmerking komen voor subsidie? Zorg dus dat u ruim tevoren uw aanvraag indient. Er is in het algemeen geen verlenging van de uitvoeringsperiode mogelijk. Maak een realistische planning en wacht na een besluit dus niet te lang voor u begint. De kalender op de pagina Wanneer aanvragen en beginperiode helpt u om te plannen. Zie ook de pagina Looptijd en de Aandachtspunten 2017.

Contact

Bureau Maror-gelden
Weteringschans 126
1017 XV Amsterdam

T 020-679 93 73
020-673 35 89
E collectieven@maror.nl

openingstijden

Bureau Maror-gelden is geopend van maandag tot en met donderdag van 9.00 - 17.00 uur.