Criteria

Verschillende beoordelingscriteria spelen een rol bij de acceptatie van een activiteit. De criteria verduidelijken onder andere iets over de uitvoerbaarheid van de activiteit. Beoordelingscriteria zijn:

De mate van medefinanciering en eigen bijdrage

Maror subsidieert maximaal 75 procent van de totale kosten van de activiteiten. U moet dus voor minimaal 25 procent aanvullende financiering zorgen. Als zodanig gelden o.a. bijdragen van andere fondsen, uw eigen bijdrage en bijdragen van deelnemers. Er is geen recht op 75 procent subsidie. Zo wordt bijvoorbeeld altijd meegewogen in hoeverre overige financiering naar de mening van het bestuur realistisch is begroot: hoe is de deelnemersbijdrage, wat betalen afnemers voor diensten die voortkomen uit de activiteit?

Voorbeelden: cursusgeld of de verkoopopbrengst van een uit te geven boek.

Verder vormt de eigen bijdrage van de aanvrager aan de activiteit een indicatie voor het belang dat hij hecht aan de uitvoering daarvan. Maar ook om andere redenen kan de subsidie minder dan 75 procent zijn. Gezien de beperktheid van het budget wordt het in het bijzonder bij dure activiteiten of omvangrijke investeringen eenvoudiger een uitkering toe te kennen als ook andere fondsen daar substantieel aan bijdragen.
In ieder geval bij aanvragen van € 5.000 en hoger wordt de totale financiële situatie van de aanvrager bekeken, in het bijzonder de omvang van het eigen vermogen.

De slagingskans van de activiteit

Het bestuur tracht zich een oordeel te vormen over de mogelijkheden van de aanvrager om de activiteit tot een goed einde te brengen.  Hierbij speelt enerzijds een rol of het gestelde doel – het activiteitenplan – helder en realistisch is en anderzijds de financiële onderbouwing van de aanvraag. Maar ook andere aspecten kunnen een rol spelen in het oordeel over de slagingskans.

Het bereik van de activiteit gerelateerd aan de daaraan verbonden kosten

Het gaat hier onder andere om het aantal personen dat profijt heeft bij de activiteit in relatie tot de kosten ervan en om het realiteitsgehalte van een activiteit. Met betrekking tot evenementen wordt bijvoorbeeld gekeken naar de duur daarvan (avond, dag, weekend) in relatie tot de prijs en de gevraagde subsidie per persoon. Ook de aard van de activiteit speelt een rol bij de beoordeling van het bereik. Voor een cursus voor vrijwilligers die zich inzetten voor de gemeenschap is een hogere bijdrage per persoon gerechtvaardigd dan voor de deelnemers aan een feest voor leden. Een te duur begrote activiteit heeft een negatief realiteitsgehalte. Een negatieve beoordeling van het criterium leidt minimaal tot een verminderde toekenning.

De locatie van de activiteit

De locatie heeft deels te maken met het bereik. Een activiteit op een locatie met veel leden van de doelgroep in de nabijheid heeft dan ook een groot voordeel. Maar anderzijds is het mogelijk dat een in Joods opzicht dun bevolkte regio – kortom met weinig bereik – een zodanig gebrek aan aanbod heeft dat financiering van bepaalde activiteiten wenselijk is.

Duur

De maximale looptijd van een activiteit is in principe 1 jaar. De looptijd omvat alle uitgaven en de (eventuele) voorbereiding tot en met de uitvoering van de activiteit zelf. Begin en eind van de activiteit worden vastgelegd (zie ook Looptijd).
In geval van activiteiten waarvoor minder dan € 5.000,00  subsidie wordt gevraagd, kan het bestuur een langere looptijd toelaten. Ook als uit de onderbouwing in de aanvraag blijkt dat een langere looptijd gezien de aard van de activiteit noodzakelijk is, kan het bestuur anders beslissen en een langere looptijd toelaten. De looptijd is in deze gevallen echter nooit meer dan 3 jaar.

De aan activiteiten verbonden kosten in relatie tot het uitkeringsbudget

Activiteiten die beslag leggen op een relatief groot deel van de in een uitkeringsronde beschikbare middelen worden kritisch bekeken omdat zij relatief veel ruimte voor de subsidiëring van andere activiteiten wegnemen. Ook eventuele andere aanvragen van een aanvrager in dezelfde ronde kunnen een rol spelen bij de beoordeling van een activiteit. Een subsidieverzoek dat het budget van de sector waarin de aanvraag is ingedeeld overstijgt wordt in principe afgewezen.

De waarborging van de continuïteit van de aanvrager

De continuïteit van de aanvragende organisatie kan door het uitvoeren van een (omvangrijke) activiteit of investering in gevaar komen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de aanvrager de jaarlijkse kosten die uit een investering voortkomen niet kan opbrengen. Of als de deelname aan de geplande activiteit tegenvalt en er daardoor minder inkomsten zijn. Het bestuur moet zich een oordeel zien te vormen of de activiteit niet te veel van de aanvrager vergt.

Snel een besluit en daarna starten

Subsidie aanvragen kan het hele jaar door. U moet wel eerst autorisatie aanvragen voor uw organisatie. Zodra u na een subsidieaanvraag het besluit hebt ontvangen – uiterlijk drie maanden na aanvraag – kunt u beginnen met de uitvoering van en uitgaven voor de activiteit. Houdt u er rekening mee dat activiteiten waarvoor u al kosten moet maken binnen 3 maanden na indiening van uw aanvraag (of misschien zelfs al eerder) niet in aanmerking komen voor subsidie? Zorg dus dat u ruim tevoren uw aanvraag indient. Er is in het algemeen geen verlenging van de uitvoeringsperiode mogelijk. Maak een realistische planning en wacht na een besluit dus niet te lang voor u begint. De kalender op de pagina Wanneer aanvragen en beginperiode helpt u om te plannen. Zie ook de pagina Looptijd en de Aandachtspunten 2017.

Contact

Bureau Maror-gelden
Weteringschans 126
1017 XV Amsterdam

T 020-679 93 73
020-673 35 89
E collectieven@maror.nl

openingstijden

Bureau Maror-gelden is geopend van maandag tot en met donderdag van 9.00 - 17.00 uur.